Strandspreuk

Strandspreuk

Woestijnmonniken uit de eerste eeuwen van het christendom wandelden ook wel eens langs het strand. Van abt Bessarioon is de volgende spreuk overgeleverd:

Abt Doelas, de leerling van abt Bessarioon, vertelde: Toen we eens langs de zeekust wandelden, kreeg ik dorst en ik zei tot abt Bessarioon: “Abba, ik heb zo een dorst”. De grijsaard stortte een gebed en zei tot mij: “Drink maar uit de zee”. Het water was namelijk zoet geworden, en ik dronk. Toen schepte ik mijn kruik vol, om voortaan geen dorst meer te lijden. Maar toen de oude man dat zag, zei hij: “Waarom schepte u water?” Ik gaf hem ten antwoord: “Neemt u me niet kwalijk: om voortaan geen dorst meer te lijden”. Toen sprak de grijsaard: “God is hier en God is overal”.


 

[Bron: Vaderspreuken, Gerontikon,
Monastieke Cahiers 10-11, 
Bonheiden 1987, Bessarioon 1]